De geschiedenis

Drijber vertelt
Onderstaande fragmenten komen uit het rijk geïllustreerde boek Drijber vertelt. Een bijzondere uitgave (2004) van PB over …bekende en minder bekende, historische en hedendaagse informatie over het dorp en haar inwoners…, waarin ook de school uitgebreid belicht wordt.

Naar de openbare school in Wijster
Voordat de ontginningen de omgeving van Drijber geschikt maken voor de landbouw, die het weer mogelijk maakt dat er mensen gaan wonen, is de bevolking van Drijber te gering in aantal om er een eigen dorpsschool op na te houden. De ouders die hun kinderen naar school willen sturen, zijn aangewezen op Wijster, waar al in 1830 een school moet hebben gestaan. Omdat de kinderen goed gebruikt kunnen worden bij het vele werk dat op de boerderij moet worden verricht, zal er voor 1904, toen de leerplichtwet werd aangenomen, van een geregelde schoolgang zeker geen sprake zijn geweest. Niet voor niets staat de 19e eeuw te boek als de eeuw van de kinderarbeid, ook al valt die voor de boerenkinderen heel wat minder zwaar dan voor de kinderen in de industriecentra en de venen. De schoolgaande Drijberse jeugd is in ieder geval na 1904 verplicht de afstand Drijber-Wijster twee keer daags af te leggen om op de openbare school wat kennis op te doen. Onderweg wordt er nogal gepikt met stuiters, gehoepeld en gehinkeld, zoals enkele oudere Drijbenaren zich nog weten te herinneren. Toch wordt de tijd terdege in de gaten gehouden, want je komt liever niet te laat op school bij meester Hadders, die in deze periode het hoofd der school is. Hij heeft de wind er goed onder. Ook in het buitenschoolse leven weet Hadders een en ander voor elkaar te krijgen. Zo is het Nieuwjaar winnen, waarbij de jeugd het dorp rondgaat en overal een paar borrels consumeert, hem een doorn in het oog. Hij weet dat er in het arme Wijster verscheidene boeren zijn die hun eigen slachtvarken moeten verkopen om de benodigde borrels te kunnen aanschaffen, waarmee de jeugd zich op nieuwjaarsmorgen wenst te bezatten. Door zijn toedoen wordt dit gebruik, ondanks de heftig protesterende jongeren, afgeschaft. Toch verhindert deze tegenwerking niet dat er op 4 juli 1929 een bijzondere school in Drijber in gebruik kan worden genomen. Aan het verzet herinnert de secretaris nog in zijn verslag uit 1948 waarin hij de twintig jaar waarin de vereniging dan bestaat memoreert. Hij constateert daarin tevreden dat de eerste klap weer een daalder waard bleek te zijn. 

De school wordt opgericht
De omstandigheden om in Drijber een eigen bijzondere school op te richten zijn in de twintiger jaren erg gunstig. Dankzij de ontginningen wonen er voor het eerst zoveel mensen in Drijber en omgeving dat een eigen school ook bevolkt kan worden. Bovendien heeft de Lager Onderwijswet van 1920, waarmee een eind aan de schoolstrijd is gekomen, veel financiële bezwaren uit de weg geruimd. Volgens het jaarverslag van 1928 worden de eerste stappen om een school in Drijber te krijgen gezet in juli 1927. Onder leiding van Ds. Tichelaar uit Beilen wordt er een voorlopig bestuur gevormd door de heren Van der Ploeg, Boer, Boelen, Hannema en Brink. Aangezien de autochtone bevolking merendeel hervormd is en het grootste deel van de bewoners van de nieuwgebouwde boerderijen in het Drijberse veld lid van de Gereformeerde kerk, is het niet vanzelfsprekend dat de school in de oude kern van Drijber gebouwd gaat worden. Evenmin vanzelfsprekend is de omgeving bij de Gereformeerde Kerk in het ’nieuwe Drijber’ de aangewezen plaats om de school te bouwen. Toch hebben beide groeperingen, de Hervormden en Gereformeerden, oftewel de oorspronkelijke bevolking en de nieuwkomers, elkaar nodig en moet er dus een tussenoplossing gevonden worden. ’Voorgesteld werd, behoudens eenige verschil van meening de plaats te zoeken bij de boerderij N.Bosch, bewoond door Beugeling.’ De leden geven het Bestuur machtiging om een plaats in de buurt van deze boerderij uit te zoeken. Uit de notulen van de bestuursvergadering gehouden op 4 juli blijkt dat dit gelukt is en de te betalen som geld, groot ƒ 450,- geleend kon worden tegen een rente van 4½%. Eveneens is er dan al goedkeuring van de Gemeente gekomen om de school te bouwen. Uit de gemeenteraadsverslagen van die tijd blijkt overigens dat het verzoek van Drijber om daar een school te mogen bouwen slechts met één stem in de meerderheid is aangenomen. Er bestaat bij enkele raadsleden en een wethouder nogal wat bezorgdheid over de levensvatbaarheid van zo’n school. De voorstanders proberen die bezorgdheid weg te nemen door te stellen dat het een vooruitgaande streek is. De burgemeester begrijpt de bezorgdheid zelfs niet eens. Hij zegt dan ook: Levensvatbaarheid kan niet vooraf beoordeeld worden en doet ook niets ter zake. Daarvoor wordt de waarborgsom gestort. De heer Schat heeft sterke twijfels aan de zorgvuldigheid waarmee de overlegde opgave van kinderen is gemaakt. Allereerst vindt hij dat er geen grote toeloop van leerlingen is te verwachten, maar bovendien vraagt hij zich af of er geen kinderen op de lijst staan waarmee misschien geen rekening mag worden gehouden. Schat wil zelfs persoonlijk naar Drijber gaan om een onderzoek in te stellen. Toch beslist de Raad haar toestemming te verlenen aan de nieuwbouw, met dien verstande dat de ’plannen in overleg met het schoolbestuur zo zuinig mogelijk zullen worden uitgevoerd’. Wegens het vertrek van Ds. Tichelaar moet het Bestuur uit kijken naar een nieuwe adviseur. Deze wordt gevonden in de persoon van meester Bazuin uit Beilen, die zich volledig inzet om de school in Drijber een goede start te geven.  

Rook buiten en rook binnen
Buurman de VAM publiceert in 1990 de plannen om een grote vuilverbrander te gaan bouwen. Bezorgd over de mogelijk schadelijke gevolgen van de rook, schrijft het bestuur een bezwaarschrift. Het helpt niet echt, want de verbrandingsfabriek wordt toch gebouwd en ……. eerlijk is eerlijk, echt veel hinder is er nog niet van ondervonden. Dat rook heel slecht is voor de gezondheid blijft overigens een feit. Daarom wordt aan het verbranden van tabak binnen de school definitief een eind gemaakt. De overheid bepaalt dat er een rookverbod moet zijn binnen alle openbare gebouwen. Voortaan roken de meester en de juf maar een sigaretje op het plein. In juni wordt het dak van de school gerenoveerd. De lekkage gevoelige koekoeken worden verwijderd en niet vervangen. Op de zolder is het daarna veel donkerder, maar omdat niemand er iets te zoeken heeft, wordt er niet echt om getreurd.
Andere hoogtepunten
Drie hoogtepunten uit het jaar 1992 mogen zeker niet onvermeld blijven. Allereerst natuurlijk het 25-jarig jubileumfeest van Jan Breeschoten op 16 oktober. Geen les die dag, maar met alle leerlingen naar Speelstad Oranje! In dit jaar starten ook de E.H.B.O. cursussen voor groep 7 en 8, onder leiding van Marga Schouten en Marie Oldenbeuving. Het plan Goudplevier veroorzaakt de meeste deining; meer dan 30 vrachtwagens per uur denderen voor de school langst om afgegraven grond van het nieuwe natuurgebied naar de VAM te transporteren. Minder spectaculair dan 30 vrachtwagens per uur is in 1994 de benoeming van Bart Bazuin tot tuinman. Hij hoeft het schoolterrein dan ook niet af te graven, maar slechts te onderhouden. Dat is dan ook te merken, want het plein en de beplanting zien er altijd uiterst verzorgd uit.

Wel weer spectaculair is het op 4 en 5 mei 1995 groots gevierde bevrijdingsfeest met een fakkeloptocht naar de kerk, een herinneringsdienst, een versierde fietsenshow, een fancy-fair met een heuse draaimolen en een spetterende revue in de schuur van Andries en Jannie Koops.